Luister naar de diensten

Diensten

  1. 22-12 10:00 MK ds E. Plaisier (Uitgeest), 4e advent
  2. 24-12 18:30 MK Herderstocht
  3. 24-12 22:00 DK Kerstnachtdienst, pastor F. van der Louw
  4. 25-12 10:00 MK Kerstfeest, ds M. Visser
  5. 29-12 10:00 Gezamenlijke dienst met Beverwijk, ds D. van Arkel

Kerkradio

U bent hier: Home - Onze kerk - Nieuws

Kerstverhaal

‘Ik wil het kerstverhaal horen!’ sprak de keizer luid. De lakeien kwamen snel naar hem toe en maakten hun lichte buiging. ‘Maar Sire,’ antwoordde de eerste lakei bevend, ‘Dat kent u toch al?’ – ‘Kennen?’ riep de keizer, ‘Kennen? Ik wil het horen!’

De keizer was een lastige keizer, nukkig, driftig. De lakeien durfden het kerstverhaal niet te vertellen. In paniek haalden ze de oude keukenmeid, die zo goed verhalen kon vertellen, hoewel ze niet kon lezen of schrijven. Ze had glimmende wangen en dikke, ronde armen. Ze ging voor de troon staan.

‘Het kerstverhaal? Bedoelt u: Maria en Jozef in de stal met het kind in de kribbe en de herders er omheen?’ – ‘Aha,’ zei de keizer, ‘Vertel het me!’ – ‘Nou, dus, Maria en Jozef moesten naar Betlehem,’ begon de dikke meid bevend. ‘Maar daar was geen plaats en zo kwamen ze in de stal en daar kreeg zij haar kindje en hij legde het in een kribbe op een beetje strooi, want ze had niks anders, en toen kwamen de herders en toen...’ – ‘En toen?’ vroeg de keizer. – ‘Nou toen... toen niks,’ stamelde de keukenmeid. ‘Dat is 't.’ – ‘Het hele verhaal?’ riep de keizer. De keukenmeid knikte. ‘Lijkt nergens naar!’ schreeuwde de keizer. ‘Zoek een andere verteller! Onmiddellijk. Mars.’ Maar er was niemand meer in het paleis, die het aandurfde om de keizer het verhaal te vertellen.

En zo bleef het doodstil. De keizer zat mokkend op zijn troon. Totdat er voetstappen klonken in de gang, de deur geopend werd en een oude soldaat binnenkwam. Hij droeg versleten schoenen. Een te grote, vaalgrijze jas hing over zijn schouders. ‘Heeft er iemand een stuk brood voor me?’ Hij keek rond, zag de boze keizer en het bedremmelde personeel. ‘Kan ik hier ergens een nachtje slapen?’ – ‘D’r uit!’ bulderde de keizer, ‘Of nee, ik bedoel: kom hier. Kom hier en vertel het kerstverhaal.’

De soldaat liep langzaam tot voor de troon. ‘Och Sire, wat wilt u van een oude soldaat, die moe is van de oorlog en moe van het marcheren? Het kerstverhaal? Ik heb een heel leven achter de rug van slapen in het koude veld en van dode vrienden. Wilt u van mij het kerstverhaal? Hoe kan ik vertellen over wollen schaapjes en zingende engeltjes? … Wat is het kerstverhaal?’ vervolgde de oude soldaat. ‘U bent een machtig keizer. Maar zie: het kerstverhaal gaat ook over een keizer. Over de keizer der keizers, over de allerhoogste, die van zijn troon afkwam om mens te worden onder de mensen.’

De soldaat zweeg even. ‘En als u mij vraagt: en toen? dan zeg ik: kom van uw troon af, keizer, en word mens onder de mensen. Dan zult u het kerstverhaal kennen.’

Toen smeet de keizer zijn kroon met een groot gekletter op de grond. ‘Brutale luis,’ schreeuwde de keizer. ‘Hoe durf je zo tegen mij te spreken? Verdwijn van hier, onmiddellijk. In looppas.’ De soldaat zuchtte, draaide zich om en wandelde langzaam naar de deur. ‘Donder en bliksem,’ zei de woedende keizer, ‘Ik zei: looppas!’ En hij stond op om de soldaat te grijpen en hem hoogstpersoonlijk het paleis uit de gooien. Maar vreemd genoeg, hoe de keizer ook achter de soldaat aan liep, hoe hij ook probeerde hem te pakken, hoe hij ook dacht de soldaat een schop of een stoot te kunnen geven… steeds was deze net iets verder dan de keizer dacht. Hij kreeg hem niet te pakken. De keizer rende achter de soldaat aan, struikelde, viel, stond weer op. Hij gooide zijn hermelijnen mantel uit om beter te kunnen lopen. Door de gangen, de deur uit, naar buiten. Achter de soldaat aan. Maar die was inmiddels niet veel meer dan een stipje in de verte. De keizer viel op zijn knieën in de sneeuw. Hij kreeg het koud. De wind blies door zijn dunne onderkleren en hij begon te bibberen. ‘Help!’ riep hij, ‘Breng me mijn mantel!’ Maar niemand kwam. ‘Ai,’ mompelde hij, ‘ik ben gevallen. Van mijn hoge troon ben ik gevallen.’

Hij liep terug naar het paleis. De lakeien, de lijfwachten en de oude keukenmeid stonden nog steeds geschrokken in de troonzaal. Ze keken naar hun keizer. Hij sprak: ‘Het is kerstavond. Ik wens het feest met u allen aan één tafel te vieren. En ikzelf zal u het kerstverhaal vertellen.’


Paul Biegel, bewerkt door Marco Visser

  • Contact

    Postadres PKN Heemskerk
    Vrijburglaan 2
    1962 VA Heemskerk
  • In en rondom de kerk

    Trouwen? Dopen? Een Uitvaart?
  • Schrijf je in voor de nieuwsbrief