Luister naar de diensten
U bent hier: Home - Onze kerk - Nieuws

Het lege graf en verder

De vrouwen stappen aarzelend het graf binnen. Op de achtergrond zijn de omtrekken van de stad te zien, vaag drie kruizen. Schoorvoetend komen ze verder, de steen is van het graf gerold, hoe kan dat? De Maria die het eerst binnenkomt, kijkt om de hoek en ziet de lege plek al. Rembrandt heeft de confrontatie met het lege graf vastgelegd, precies het moment – prachtig gedaan – waar alles vertraagt, het moment van verbazing en ontzetting. De verhoging die als ligbed diende, is net iets lichter getekend, geaccentueerd met arceringen rondom: daar lag hij, maar nu niet meer. Bijzonder is het perspectief: de tekening is namelijk als het ware van binnenuit neergezet, waardoor wij als kijkers ons in het graf bevinden. Alsof wij naast die jongeman staan, ‘bekleed met een wit gewaad’. Nu is hij door de vrouwen nog niet ontdekt, maar zometeen zal hij het zeggen: ‘Schrik niet. Jullie zoeken Jezus, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is opgewekt.’

Rembrandt van Rijn, De vrouwen in het graf, tekening (ca. 1656)

 

Zo vertelt de evangelist Marcus het. En… hier laat hij het bij. Dit is het einde van zijn verhaal. De laatste zin is: ‘zij vluchtten van het graf weg en zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd.’ Dit is het slot, hiermee is het verhaal uit. In veel Bijbeluitgaven staat er vervolgens nog een gedeelte tussen vierkante haken. Verhalen over Jezus’ verschijnen, woorden en daden, die er later aan toegevoegd zijn. Alsof de overschrijvers van het Marcusevangelie het niet konden uithouden met de leegte, de schrik, de angst en het zwijgen. Inderdaad wordt er in de andere evangeliën meer verteld: bij Matteüs, Lukas en Johannes zijn er de ontmoetingen, de gesprekken, de tekenen. Hier niet. Deze verteller stuurt ons werkelijk met lege handen de wereld in. 

Dat is misschien lastig uit te houden, maar ik moet zeggen: het raakt mij. Is dit niet precies onze situatie? Het is Pasen geweest, het is gezegd en bezongen, hoewel het wel een heel ander Paasfeest was dit jaar, maar toch: de Heer is waarlijk opgestaan. Maar wat zegt het ons, wat kunnen we ermee beginnen? Hoe gaan we ermee verder? In de crisis van vandaag voelen we sterker dan anders: wat een tegendraads bericht. Het woord van het lege graf, de opwekking uit de doden: het gaat ontzettend tegen alles in. Dat was altijd wel zo, maar nu de nood van mensen zo alom en dichtbij is, komt misschien wel dieper bij ons binnen: dat het niet kan, dat het niet te geloven is, dat het alles op z’n kop zet. Dat besef klinkt door in de schrik en in het zwijgen van de vrouwen. Dat vind ik fair. Waarschijnlijk is het daarom dat dit vreemde, stille, open einde van het Marcusevangelie mij zo aanspreekt.

Wij leven na Pasen. En langzaam dringt tot ons door: en toch. Tóch is het gezegd, het woord van die jongeman in het wit, in het lege graf: ‘Hij is hier niet, hij leeft, hij spreekt, hij gaat jou voor.’ En ook al kunnen we het niet vatten, ook al kunnen we ons alleen maar verbazen, en ook al blijft het Paaslied ons af en toe in de keel steken – het kan toch niet ongedaan gemaakt worden. En ook al is het dan aarzelend, schoorvoetend: we staan op om achter hem aan te gaan. En we vinden moed, vertrouwen en hoop. Toch. Dat kleurt onze dagen anders, het zet ons anders in de wereld: als Paasmensen. Daar gaan we. 

Marco Visser