Luister naar de diensten
U bent hier: Home - Onze kerk - Nieuws

Jona moet de grens over


Het is een crisistijd geweest. (Dat is het nog, het is niet zomaar weg…) Maar het is toch ook helemaal een tijd geweest van verbinding zoeken. We hebben meer dan ooit gevoeld hoe wezenlijk het is dat we bij elkaar kunnen zijn. De scènes die we hebben gezien aan de ramen van de verpleeghuizen, die verrekte 1,5 meter: het leert ons hoe wij ernaar verlangen afstand te overbruggen.
 

Misschien is dit ook wel de reden dat juist nu het protest tegen racisme zo oplaait: wij hebben in de corona-crisis zozeer herontdekt hoe belangrijk verbinding is – dat mensen daardoor ook weer zijn gaan merken waar die verbinding ontbreekt. Het lijkt alsof juist daardoor toch ook opnieuw op tafel is gekomen dat mensen zich nog altijd buitengesloten voelen. Onderlinge solidariteit is prachtig, maar het is tegelijk pijnlijk als dat beperkt blijft tot eigen volk, eigen huidskleur, eigen groep. Uitsluiting, wij-zij-denken, racisme: ik denk dat wij geroepen zijn ons daartegen te verzetten. Verbinding maken, afstand overbruggen.
 

De profeet Jona wordt geroepen om vanuit het bijbelse Israël naar Nineve te gaan. Zo gaat het oude verhaal. Nineve is de hoofdstad van Assur, het bijbelse buitenland. Erger: het vijandige buitenland. Juist daarom moet Jona daarheen. Om daar iets van die bijbelse menselijkheid te gaan zeggen. Jona wordt geroepen om de grens over te gaan. Om verbinding te maken met het andere, het vreemde, het in zijn ogen o zo verkeerde…
 

Maar Jona daalt af naar de kust, hij daalt af in een schip en vertrekt. Hij kan echter niet aan zijn
roeping ontsnappen. JHWH, de bijzondere Bevrijdergod van Israël, doet hier nu even alsof hij een
soort weergod is, een Zeus die met de bliksem smijt… en hij stuurt een storm op dat schip af. Met
een dikke knipoog wordt het verteld: het schip raakt in nood, terwijl Jona – die zich immers aan alles onttrekt – ligt te slapen in het ruim. Hij wordt wakkergeschud door de kapitein, en dan biecht hij het op: ‘Het komt door mij. Ik doe niet wat ik moet doen.’ De scheepslieden doen nog ontzettend hun best om Jona aan wal te krijgen; dat lukt niet en uiteindelijk jonassen ze hem overboord.

Maar dan de grootste grap van het verhaal: dan is daar die vis, die Jona opslokt. Jona is in de buik van de vis, zo staat het er, drie dagen en drie nachten. Heerlijke gekkigheid. Soms is die vis voor mensen juist het bewijs dat de Bijbel een volkomen achterhaald boek is. Want, dit kan natuurlijk niet. Nu, dat moge duidelijk zijn. Des te mooier, zou ik zeggen. Ik lees het als een beeldspraak: dat zélfs die mens die niet wil, vastgehouden wordt. De mens die geen verbinding kon maken, die niet over de grens kon, of wilde, of durfde – dat de verbinding met hem niet verbroken wordt. Hij wordt vastgehouden.
 

En als je er dan zo naar kijkt, dan valt je misschien op dat het eigenlijk een heel ontroerend moment is. Stel dat de zee symbool staat voor alle chaos en ondergang – zoals de crisis van de afgelopen tijd, wat mensen allemaal moesten meemaken aan leed en eenzaamheid –, stel dat dat alles samengevat is in die zee, die golven… Als dat zo is, dan staat die vis misschien wel voor: dat je er toch doorheen komt. Dat je bewaard wordt. Het is wonderlijk, je kunt het niet verklaren, het gebeurt zomaar. Een hemelse knipoog, een menselijke hand, een woord dat je overeind houdt. Jona’s vis, die misschien ergens ook wel jouw vis is.
 

Tot hij opnieuw op weg gezet wordt. Uiteindelijk wordt hij uitgespuugd op het strand, en moet ‘ie
toch. Want, de Bijbel blijft verlangen naar verbinding tussen mensen. Dat mensen elkaar bereiken,
zoeken en vinden, over grenzen heen. De Bijbel blijft hopen: dat de wereld beter kan. Meer licht.
Meer vrede.


Marco Visser